Ga naar de hoofdpagina Ga naar voettekst van de site

You are using an outdated browser. Please upgrade your browser to improve your experience.

SFDR-verordening

ARTIKEL 3:

Architas heeft een wereldwijd beleid voor verantwoord beleggen ontwikkeld dat onze aanpak van de integratie van duurzaamheidsrisico's in beleggingsbeslissingen uiteenzet. In de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR, Verordening inzake informatievoorziening over de duurzaamheidsaspecten van financiële producten) wordt een duurzaamheidsrisico omschreven als een gebeurtenis of omstandigheid op ecologisch, sociaal of governancegebied die, als deze zich voordoet, een ongunstig effect kan hebben op de waarde van uw beleggingen.

Als multi-manager beleggen wij vooral in fondsen (via dakfondsstructuren) en in minder mate via directe beleggingen in effecten. Bij onze dakfondsactiviteiten zijn de duurzaamheidsrisico's geïntegreerd in ons besluitvormingsproces voor beleggingen bij de selectie van de beheerders die namens ons zullen beleggen via verschillende fondsen.

Bij het selecteren van fondsen waarin we willen beleggen, is onze prioriteit bij het integreren van duurzaamheidsrisico's in ons beslissingsproces voor beleggingen garanderen dat de beheerders van deze fondsen over de juiste middelen en expertise beschikken om financieel materiële duurzaamheidsrisico’s te identificeren. Wij doen dit via een proces genaamd ‘ESG due diligence’, dat sinds juni 2020 is ingebed in onze processen voor alle nieuwe beleggingsbeslissingen en eind 2021 tevens alle voor die datum aangehouden beleggingen zal dekken. Het doel van ons ‘ESG die diligence’-proces is om een kwalitatieve ESG-beoordeling te maken van de onderliggende fondsen door bij informatieaanvragen (RFI) een specifieke vragenlijst toe te voegen, en vervolgens in gesprekken dieper in te gaan op onder andere: het ESG-beleid en de governance, de integratie in het proces voor beleggingsbeslissingen, de betrokkenheid en stempolitiek, monitoring en rapportering. Aan de hand van de verzamelde informatie zullen de sectoranalisten zich een beeld vormen van de robuustheid van het ESG-proces (en tevens een vergelijking maken met vergelijkbare fondsen) en hun bevindingen naar het beleggingsteam communiceren. Onze ESG-team is verantwoordelijk voor het handhaven van een kwalitatief scoresysteem met een minimumdrempel. Fondsen onder die drempel worden gemarkeerd voor verdere evaluatie, wat kan leiden tot schrapping van de lijst met aanbevolen en goedgekeurde beleggingen.

U vindt het beleid van Architas inzake verantwoord beleggen op:

ARC5481 What responsible investing means to us_2103_ENG_FINAL.pdf

Architas maakt deel uit van de AXA Groep en houdt zich aan het beleid inzake verantwoord beleggen van de AXA Groep (‘het Beleid’) en verplicht ook elke door Architas’ gedelegeerde beleggingsbeheerder contractueel om zich aan dat Beleid te houden. Vanwege hun aard kan het Beleid echter niet worden toegepast op fondsen die zijn gestructureerd als dakfondsen of op fondsen die een index volgen. Het is derhalve alleen van toepassing op fondsen/mandaten die rechtstreeks beleggen in individueel geselecteerde effecten.

Het Beleid heeft specifieke emittenten geïdentificeerd in de volgende sectoren waarvan de effecten zijn uitgesloten als potentiële beleggingen van de fondsen/mandaten:

  • Steenkoolwinning en energieproductie op basis van steenkool
  • Oliezandproductie en oliezand-gerelateerde pijpleidingen
  • Tabaksproductie
  • Palmolieproductie
  • Derivaten van voedselgrondstoffen (‘zachte grondstoffen’)
  • Productie van controversiële wapens

 

De meest actuele sectorrichtlijnen zijn beschikbaar op de website betreffende verantwoord beleggen (Responsible Investment) van de AXA Groep

https://www.axa.com/en/page/responsible-investment 

ARTIKEL 4: 

Eén van de uitdagingen waarmee de spelers in de financiële markten worden geconfronteerd bij het integreren van duurzaamheidsrisico's of belangrijkste ongunstige effecten (PAI, principle adverse impacts) in hun beleggingsproces, is de beperkte beschikbaarheid van relevante gegevens voor dat doel. Dergelijke gegevens worden nog niet systematisch bekendgemaakt door emittenten of kunnen, wanneer ze door emittenten worden bekendgemaakt, onvolledig zijn of verschillende methodologieën volgen. De meeste informatie die wordt gebruikt om de uitsluitingslijsten op te stellen of ESG-factoren vast te stellen, is gebaseerd op historische gegevens, die mogelijk niet volledig of nauwkeurig zijn of mogelijk niet volledig de toekomstige ESG-prestaties of -risico's van de beleggingen weerspiegelen.

In zowel haar dakfonds- als beheerder-van-beheerders-activiteiten houdt Architas rekening met de belangrijkste ongunstige effecten van haar beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren wanneer zij overweegt al dan niet in een fonds te beleggen of een beheerder te selecteren. Als onderdeel van haar ESG-onderzoek beoordeelt Architas het vermogen van de beheerders (of gedelegeerde beheerders) van de fondsen waarin zij belegt om de belangrijkste ongunstige effecten van hun beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren te monitoren en daarover te rapporteren. Dergelijke belangrijkste ongunstige effecten zijn met name de negatieve impact van de bedrijven in portefeuille van het betrokken fonds op de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en hun bijdrage aan de klimaatverandering door de broeikasgasemissies te beperken, aangezien we verwachten dat fondsbeheerders de blootstelling aan het risico van de transitie naar een koolstofarme maatschappij opvolgen. Deze factoren worden beoordeeld aan de hand van onze eigen ESG-vragenlijst die wordt verzonden naar de beheerders die in aanmerking komen om een gedeelte van ons vermogen te beheren.

Daarnaast moedigt Architas fondsbeheerders aan om in gesprek te gaan met de bedrijven in hun portefeuille en te stemmen over ESG-kwesties namens de fondsen waarin we beleggen. Tijdens ons ESG-onderzoek analyseren we ook het vermogen en het engagement van de fondsbeheerders om te stemmen over ESG-kwesties.

Beleid inzake engagement

AMMEL

Vanwege de soorten fondsen die door AMMEL (multi-manager van fondsen en dakfondsen) worden beheerd, heeft het geen Beleid inzake engagement gepubliceerd. Het heeft de volgens de Richtlijn aandeelhoudersrechten de volgende vereiste informatie meegedeeld:

ie.architas.com/globalassets/ireland/policies/ammel-shareholders-rights-directive-disclosure.pdf

ARTIKEL 5:

Aangezien de criteria voor maatschappelijk verantwoord ondernemen al zijn opgenomen in de prestatievoorwaarden van de AXA Long-Term Incentives (LTI) (weging voor 10%*), is het Beloningsbeleid in overeenstemming met de integratie van duurzaamheidsrisico's in de zin van en zoals vereist door de gewijzigde Verordening (EU) 2019/2088 van 27 november 2019. Deze criteria zijn gebaseerd op een streefcijfer van AXA’s score voor de Dow Jones Sustainability Index (beoordeling van kenmerken op het vlak van milieu, maatschappij en governance). De streefcijfers en kalibratie van alle financiële en niet-financiële criteria worden jaarlijks herzien door de Raad van Bestuur.

*gewogen voor 30% vanaf goedkeuring 2021.

Daarnaast is het variabele deel van de beloning van het beleggingsteam, in onze Europese locaties, in overeenstemming met de EU-verordening inzake beloningsbeleid. Het is gebaseerd op een scorekaart waarbij de prestaties van de globale fondsen 50% van de individuele prestaties vertegenwoordigen.

Voor de eindejaarsevaluatie van 2021 wordt een ESG-criterium toegevoegd dat ten minste 10% van de totale prestaties vertegenwoordigt.

  • Voor het profiel van de Analisten zal het garanderen dat het ESG-onderzoek is uitgevoerd voor elk fonds binnen hun scope en dat hun aanbevelingen in overeenstemming zijn met het ESG-beleid.
  • Voor het profiel van de Fondsbeheerders zal het garanderen dat het ESG-beleid en de resultaten van het ESG-onderzoek zijn geïntegreerd in de samenstelling en het beheer van de portefeuille.

ARTIKEL 6:

Duurzaamheid

Het beleid van de Beheerder inzake de integratie van duurzaamheidsrisico's
De Beheerder heeft een beleid inzake de integratie van duurzaamheidsrisico’s opgesteld en ingevoerd dat strookt met Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële dienstverleningssector (de ‘SFDR’). De SFDR definieert een ‘duurzaamheidsrisico’ als een gebeurtenis of omstandigheid op ecologisch, sociaal of governancegebied (‘ESG’) die, indien ze zich voordoet, een werkelijk of mogelijk wezenlijk negatief effect op de waarde van een belegging kan veroorzaken. Het beleid van de Beheerder benadert duurzaamheidsrisico’s daarom vanuit het standpunt dat ESG-gebeurtenissen een wezenlijk negatief effect op de waarde van de beleggingen van het fonds kunnen veroorzaken. Duurzaamheidsrisico’s worden in de beleggingsbeslissingen geïntegreerd door een ESG ‘due diligence’ proces op te nemen als onderdeel van de Beheerders zijn ‘due diligence’ proces voor beleggingen, dat van toepassing is op de selectie van gedelegeerde beheerders voor producten waarvoor de Beheerder andere beheerders selecteert en op de selectie van fondsen voor dakfondsen [of voor mandaten voor beleggingsadvies]. Dit proces geldt voor alle nieuwe beleggingsbeslissingen / beheerderselecties sinds juni 2020 en vanaf december 2021 ook voor alle beslissingen en selecties uit het verleden.

De beheerder kan weliswaar niet alle duurzaamheidsrisico’s uit de portefeuille van een fonds weren, maar zijn ESG ‘due diligence’ proces streeft ernaar het staartrisico dat met duurzaamheid verband houdt te verminderen in alle beleggingen van het fonds en op lange termijn een stabieler rendement te genereren.

Een voorbeeld van een mogelijk duurzaamheidsrisico is een verplichting die de regelgeving aan een bepaalde sector oplegt, zoals de energiesector of de mijnbouw in het kader van de klimaatverandering, die het wellicht duurder maakt om fossiele brandstoffen te verbranden en tegelijk de vraag naar brandstoffen met CO2-uitstoot vermindert. Het doel van de ESG ‘due diligence’ in dit verband is om te garanderen dat de Beheerders dergelijke duurzaamheidsrisico’s in aanmerking nemen wanneer zij emittenten selecteren om in te beleggen. Wanneer emittenten sterker zijn blootgesteld aan duurzaamheidsrisico’s en die risico’s niet op een passende manier beheren, kan dat negatieve gevolgen hebben voor hun financiële prestaties en kan het rendement voor de houders van rechten van deelneming afnemen.

Als deel van de AXA Groep leeft de Beheerder het beleid inzake verantwoord beleggen van de AXA Groep (‘het Beleid’) na en verplicht hij elke Beheerder die optreedt als gedelegeerde Beheerder contractueel om zich aan dat Beleid te houden. Vanwege hun aard kan het Beleid echter niet worden toegepast op fondsen die zijn gestructureerd als dakfondsen of op fondsen die een index volgen. Het is daarom alleen van toepassing op fondsen die rechtstreeks beleggen in individueel geselecteerde effecten.

In het Beleid zijn specifieke emittenten geïdentificeerd in de volgende sectoren, waarvan de effecten worden uitgesloten als potentiële beleggingen van de fondsen:

  • Steenkoolwinning en energieproductie op basis van steenkool
  • Olieproductie uit teerzanden en daaraan gerelateerde pijpleidingen
  • Tabaksproductie
  • Palmolieproductie
  • Derivaten van voedselgrondstoffen (‘zachte grondstoffen’)
  • Productie van omstreden wapens

De meest actuele sectorrichtlijnen zijn beschikbaar op de website betreffende verantwoord beleggen van de AXA
Groep https://www.axa.com/en/page/responsible-investment

De waarschijnlijke effecten van duurzaamheidsrisico’s
De Beheerder heeft de waarschijnlijke impact van duurzaamheidsrisico’s op het rendement van de fondsen beoordeeld. Dit deel geeft een kwalitatief overzicht van die risico’s. De beoordeling van duurzaamheidsrisico’s door de beheerder is een complexe aangelegenheid. De inschatting van duurzaamheidsrisico’s vereist een subjectieve oordeelsvorming en is gebaseerd op gegevens die moeilijk te verkrijgen, onvolledig, benaderend, verouderd of anderszins wezenlijk onjuist zijn. Zelfs wanneer zij geïdentificeerd worden, kan er niet gegarandeerd worden dat het effect van duurzaamheidsrisico’s op de beleggingen correct wordt ingeschat.

Wanneer een duurzaamheidsrisico zich voordoet of zich op een onverwachte wijze manifesteert, kan er een plots, wezenlijk negatief effect op de waarde van een belegging en dus het rendement van een fonds zijn. Dergelijk negatief effect kan leiden tot een volledig waardeverlies van de betrokken belegging(en) en het rendement van een fonds dienovereenkomstig negatief beïnvloeden. Instellingen voor collectieve belegging en zeker dakfondsen zijn evenwel dermate gediversifieerd dat het risico op aanzienlijke verliezen door een enkel instrument er kleiner in is.

Een duurzaamheidsrisico dat zich voordoet, kan vele en uiteenlopende effecten hebben afhankelijk van het specifieke risico en de beleggingsklasse. In het algemeen zal een duurzaamheidsrisico dat zich ten aanzien van een belegging voordoet, een negatief effect hebben op en mogelijk leiden tot een volledig verlies van de waarde van die belegging. Voor een bedrijf kan dit het gevolg zijn van reputatieschade, waardoor de vraag naar de producten en diensten van dat bedrijf afneemt, personeelsleden met een sleutelpositie het bedrijf verlaten, het bedrijf zakelijke kansen verliest en de bedrijfskosten en/of financieringskosten stijgen. Een bedrijf kan ook getroffen worden door geldboetes en andere sancties van regelgevende instanties. Het management van het bedrijf kan genoodzaakt zijn tijd en middelen die het normaliter in de ontwikkeling van de activiteiten zou investeren, vrij te maken om het duurzaamheidsrisico aan te pakken, met inbegrip van wijzigingen in de bedrijfspraktijken alsook het omgaan met onderzoeken en rechtszaken.

Duurzaamheidsrisico’s kunnen ook leiden tot verlies van activa en/of materieel verlies, waaronder schade aan vastgoed en infrastructuur. Het nut en de waarde van de activa van bedrijven waaraan het fonds is blootgesteld, kunnen ook negatief beïnvloed worden door een duurzaamheidsrisico.

Duurzaamheidsrisico’s zijn relevant als alleenstaande risico’s en als transversale risico’s, die tot uiting komen via vele andere soorten risico’s die voor de activa van een fonds van belang zijn. Wanneer zich een duurzaamheidsrisico voordoet, kan dat bijvoorbeeld een financieel en zakelijk risico doen ontstaan, ook via een negatief effect op de kredietwaardigheid van andere bedrijven. Het groeiende belang dat bedrijven en consumenten aan duurzaamheidsoverwegingen hechten, betekent dat een duurzaamheidsrisico dat zich voordoet de getroffen bedrijven aanzienlijke reputatieschade kan berokkenen. Wanneer zich een duurzaamheidsrisico voordoet, kan ook een risico op dwingende maatregelen van overheden en toezichthouders en op rechtszaken ontstaan.

Een duurzaamheidsrisico dat zich voordoet, kan een invloed hebben op een specifieke belegging of op een bredere economische sector, een regio en/of een rechtsgebied en politieke regio.

Veel economische sectoren, regio’s en/of rechtsgebieden, waaronder die waarin een fonds kan beleggen, maken nu en/of in de toekomst een algemene transitie naar een groener, koolstofarmer en minder vervuilend economisch model. De drijvende krachten achter die transitie zijn onder meer maatregelen van overheden en/of toezichthouders, veranderende consumentenvoorkeuren en/of de invloed van niet-gouvernementele organisaties en drukkingsgroepen.

Wet- en regelgeving en sectorstandaarden spelen een belangrijke rol bij het controleren van het effect op duurzaamheidsfactoren in tal van sectoren, in het bijzonder ten aanzien van ecologische en sociale factoren. Elke verandering in dergelijke maatregelen, zoals een steeds strengere wetgeving inzake milieu of veiligheid en gezondheid, kan een wezenlijk effect hebben op de werking, kosten en winstgevendheid van bedrijven. Bovendien kunnen bedrijven die de maatregelen vandaag naleven, geconfronteerd worden met vorderingen, boetes en andere risico’s als gevolg van vermeende tekortkomingen in het verleden. Elk van de voorgaande elementen kan leiden tot een wezenlijk verlies van waarde van een belegging die met dergelijke bedrijven verband houdt. Daarenboven staan sommige sectoren onder verscherpt toezicht van regelgevende instanties, niet-gouvernementele organisaties en drukkingsgroepen met betrekking tot hun impact op duurzaamheidsfactoren, zoals de naleving van de voorschriften rond minimumloon of waardig loon en de arbeidsomstandigheden van de werknemers in de toevoerketen. De invloed van dergelijke instanties, organisaties en groepen kan, samen met de publieke aandacht die zij kunnen opwekken, de sectoren in kwestie ertoe aanzetten hun zakenpraktijken ingrijpend te veranderen, waardoor de kosten kunnen stijgen en hun winstgevendheid wezenlijk negatief kan worden beïnvloed. Dergelijke externe invloed kan ook een wezenlijke impact hebben op de vraag van consumenten naar de producten en diensten van een bedrijf, wat kan leiden tot een wezenlijk verlies van waarde van een belegging die met dergelijke bedrijven verband houdt.

Sectoren, regio’s, bedrijven en technologieën die koolstofintensief zijn, meer vervuilen of anderszins een wezenlijk negatief effect op duurzaamheidsfactoren hebben, kunnen hun vraag sterk zien dalen en/of voorbijgestreefd worden, waardoor hun activa onbruikbaar worden en de waarde ervan vroeger dan hun geplande nuttige levensduur sterk afneemt of volledig tenietgaat. Pogingen van sectoren, regio’s, bedrijven en technologieën om zich aan te passen en hun invloed op duurzaamheidsfactoren te verminderen, kunnen falen en leiden tot aanzienlijke kosten, wat de toekomstige winstgevendheid wezenlijk kan verminderen.

Indien zich een duurzaamheidsrisico voordoet, kan dit ertoe leiden dat beleggers een bepaalde belegging niet langer geschikt achten en deze verkopen (of er niet in beleggen), wat de neerwaartse druk op de waarde van de belegging kan vergroten.

 


We gebruiken cookies op onze website om te zorgen voor een vlotte en gebruiksvriendelijke werking. 
Meer weten